• Document: Inhoud. Verantwoording. Waarom Latijn? Van niets tot wereldmacht.
  • Size: 420.19 KB
  • Uploaded: 2019-07-11 20:00:05
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

Inhoud Verantwoording. Waarom Latijn? Van niets tot wereldmacht. Les 1.  De uitspraak.  De zin.  Het werkwoord.  De naamvallen.  Inleiding Tekst 1.  Tekst 1.1 Les 2  Aemulatio.  De genitivus.  De geslachten van de drie declinaties.  De verbuiging van de drie declinaties.  Het werkwoord/verbum esse: zijn  esse: zijn, leven, zich bevinden  Het naamwoordelijk deel/praedicaatsnomen.  posse (pot-esse): kunnen, in staat zijn  Tekst 2.1  Bijzonder gebruik van de genitivus  Praesens historicum.  De Phoeniciërs/Puniërs.  Tekst 2.2 Les 3  De modi.  De imperativus  De dativus.  Gebruik van de dativus  De vocativus.  De Romeinse goden.  Tekst 3.1  Tekst 3.2 Les 4  De Ablativus  De uitgangen van de ablativus  Het perfectum  Het bijvoeglijke naamwoord/adiectivum  De zeevaart.  Tekst 4.1  Tekst 4.2 Les 5  Het imperfectum.  De persoonlijke voornaamwoorden: (pronomina) personalia  Het persoonlijke voornaamwoord van de derde persoon.  Vervoeging van ire  Tekst 5.1  Tekst 5.2  Tekst 15.3. Les 6  Het plusquamperfectum.  Het vragend voornaamwoord/pronomen interrogativum.  Het bijvoeglijke naamwoord/adiectivum van de derde declinatie  De onsterfelijke ziel?  Tekst 6.1 Les 7  De aanwijzende voornaamwoorden van het Latijn en het pers.voornaamwoord van de 3e persoon.  Het wederkerende voornaamwoord van de 3e persoon.  Aeneas in Italia.  Tekst 7.1  Atrium Vestae  Wraak.  Het persoonlijk voornaamwoord  Tekst 7.2 Les 8  Het futurum.  De ligging van Rome.  Hoofdzinnen en bijzinnen.  Het betrekkelijke voornaamwoord, pronomen relativum.  Het Latijnse pronomen relativum  Een nieuwe stad.  Tekst 8.1  De apotheose van Romulus.  Tekst 8.2 Les 9  Onregelmatige werkwoorden.  Samenstellingen van ferre.  De overgangsperiode.  Tekst 9.1  De trappen van vergelijking (gradus comparationis).  Een tragische wending voor de Horatii.  De Pater familias en zijn potestas.  Tekst 9.2 Les 10  Caput extraordinarium  Telwoorden  Nota bene. Les 11  Het tegenwoordig deelwoord.  Het einde van Alba Longa en een nieuwe dynastie in Rome.  De Etrusken.  Ovidius  Tekst 11.2 Les 12  De ACI.  Het regnum en bevolkingsindeling.  Het futurum exactum  Het adverbium  De troonsopvolging.  Tekst 12.1  Tekst 12.2  Latijn in de middeleeuwen.  Over de bekering van Friesland.  Tekst 12.3 Les 13  De onvoltooide passieve tijden.  De correlativa  Het einde van de koningstijd.  De nieuwe republiek.  De Tarquinii zoeken steun bij de Etrusken.  Tekst 13.1.  Iacobus de Voragine  De Heilige Nicolaus  Tekst 13.2  Tekst 13.3 Les 14  Het voltooid deelwoord.  Brennus.  Het gebruik van het ppp  De voltooide passieve tijden.  Tekst 14.1  De Galliërs trekken naar Rome.  Tekst 14.2  Tekst 14.3 Les 15  De ablativus absolutus.  De coniunctivus van het praesens en imperfectum.  Coniunctivus praesens  Bijzondere coniunctieven.  Coniunctivus van het imperfectum.  De coniunctivus in de bijzin.  Tekst 1: aanval op het Capitool en de wonderlijke redding.  De nci.  Tekst 15. 2 Vae victis LES 16  Het pfa en het futurum perifrasticum.  Het participium futuri activi.  Het futurum perifrasticum.  Relatieve aansluiting.  Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen.  De coniunctivus perfecti en plusquamperfecti.  Gebruik coniunctivus perfecti en plusquamperfecti in de bijzin  Tekst 16.1  Hoe Hannibal de oorlog uitlokt.  Tekst 16.2.  Woorden tekst 16.2  Hoe de olifanten over de Alpen kwamen. Les 17  De coniunctivus in de hoofdzin.  Adhortativus  Prohibitivus  Optativus  Dubitativus  Potentialis  Hoe Hannibal huishoudt en verliest  Plaatsbepalingen  De locativus en de ablativus loci: te  De ablativus separativus: vanaf  De accusativus regionis/van richting: naar.  Het gerundivum.  als naamwoordelijk deel.  als bijvoegelijke bepaling.  Tekst 17.1  Tekst 17.2 Les 18  Deponentia  Semi-deponentia  De ondergang van de republiek.  De Gracchen  Marius.  Caius Iulius Caesar  Pronomina indefinita.  II. quidam, quaedam, quoddam  III. quisquam, quicquam  De pronomina adiectiva numeralia

Recently converted files (publicly available):