• Document: Vrouwelijke standpunten in een aantal Italiaanse hedendaagse herschrijvingen van de Odyssee 1
  • Size: 126.53 KB
  • Uploaded: 2019-05-17 14:49:07
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

Acta academica: Prijs prof. F.J. Mertens 2005 Vrouwelijke standpunten in een aantal Italiaanse hedendaagse herschrijvingen van de Odyssee1 Dat de Griekse mythes tot op vandaag blijven inspireren, is geen nieuws meer. Dat de Ita- liaanse literatuur, vooral dankzij de Divina Commedia van Dante, altijd een zwak heeft gehad voor de figuur van Odysseus, is na het werk van onderzoekers als Piero Boitani2 en Brigitte Urbani3 al evenmin nieuws. Dat vandaag de dag niet zozeer Odysseus maar wel de vrouwen uit de Odyssee in de schijnwerpers worden geplaatst, is daarentegen wel een vaststelling die voldoende stof biedt tot een eindverhandeling. De laatste decennia vormt de aandacht voor vrouwelijke mythologische personages een opvallende evolutie in de Italiaanse narratieve literatuur4. Een aantal hedendaagse schrijvers puurt uit het epos van Homerus onderling sterk verschillende eigentijdse romans. Luigi Malerba en Silvana La Spina belichten het verhaal vanuit het standpunt van Penelope, de eeuwig trouwe en geduldige echtgenote van Odysseus. Maria Corti, Sandra Petrignani en Cesare Milanese ontwikkelen andere vrouwelijke figuren, meer bepaald de Sirenes, Circe en Calypso en nemen daarbij duidelijk meer afstand van het origineel. De recente theorievor- ming over sekse en gender biedt aanknopingspunten om te komen tot verfrissende en verras- sende visies op aloude mythische en gecanoniseerde verhalen; een vrouwelijk, alternatief vertelstandpunt biedt niet zomaar een “andere kijk” op de avonturen van Odysseus, maar dreigt het Homerische epos op een heel grondige manier door elkaar te schudden. Het is dan ook evident dat gender een interessant vertrekpunt vormt voor de analyse van deze vijf romans. Voor het theoretische kader over gender hebben we ons gebaseerd op het zogenaamde “mythische revisionisme” van Adriana Cavarero, meer bepaald op haar boek Tu che mi guardi, tu che mi racconti5. Net zoals de hedendaagse herschrijvingen houdt deze Italiaanse filosofe ervan de aloude traditie op een verrassende manier te belichten. Vertrekkend van mythische figuren zoals Oedipus en Odysseus deconstrueert ze de westerse filosofie en vestigt ze de aandacht op concepten die lang veronachtzaamd werden. Ze ziet de vertelling als weerspiegeling van een unieke identiteit die precies door het verhaal zelf opgebouwd 1 Dit is een samenvatting van de eindverhandeling “La rimembranza della sua virtude durerà sempre.” Le voci femmi- nili in alcune riscritture contemporanee dell’Odissea: Malerba, La Spina, Petrignani, Corti e Milanese, KULeuven, juni 2005, o.l.v. prof. dr. Bart Van den Bossche. 2 P. Boitani, L’ombra di Ulisse. Figure di un mito, Bologna, Il Mulino, 1992. 3 B. Urbani, “Navigazioni di Ulisse nella letteratura italiana”, “... E c’è di mezzo il mare". Lingua, letteratura e civiltà marina, Firenze, Cesati, 2002, vol. 1, 303-317. 4 Deze tendens overstijgt duidelijk de Italiaanse grenzen; ook in de Franse (M. Sarde, Histoire d’Eurydice pendant la remontée, Paris, Seuil, 1991), Duitstalige (I. Merkel, Eine ganz gewönliche Ehe. Odysseus und Penelope, Salzburg, Wien, Residenz, 1987; C. Wolf, Kassandra. Erzählung, Darmstadt, Luchterhand, 1983) en recent nog Canadese (Margaret Atwood, The Penelopeiad. The Myth of Penelope and Odysseus, Myths, Canongate, 2005) literatuur vin- den we voorbeelden van een dergelijke gender reversal. 5 Adriana Cavarero, Tu che mi guardi, tu che mi racconti, Milano, Feltrinelli, 1997. nummer 1, maart 2006 17 Acta academica: Prijs prof. F.J. Mertens 2005 wordt. In tegenstelling tot de postmoderne visie beschouwt ze identiteit als een samenhan- gend geheel en niet als een samenraapsel van losstaande fragmenten. In het bovenge- noemde boek maakt Cavarero een onderscheid tussen filosofie en vertelling op basis van hun doel; waar de filosofie zich afvraagt “wat de mens” is (che cosa), wil de vertelling zich heel specifiek richten op “deze mens en geen andere” (chi). De unieke identiteit van “deze mens” wordt opgebouwd in de intersubjectieve relatie, waar iedereen zijn levensverhaal vertelt (autobiografie) en ontvangt van de andere (biografie). Alleen in relatie met anderen begrijpt men de diepere betekenis van onze onvoorspelbare en schijnbaar onsamenhan- gende levensloop. Net zoals Hannah Arendt beschouwt Adriana Cavarero de identiteit als relationeel, expositief en uitwendig. Als voorbeeld verwijst ze naar de Odyssee, meer bepaald naar de scène van het avondmaal bij de Phaeaken, waar Odysseus in tranen uitbarst omdat Demodocus zijn levensverhaal voordraagt. Pas dan wordt Odysseus zich bewust van de zin van zijn levensverhaal, pas dan wordt zijn identiteitsverlangen ingewilligd. Zonder in strikte tegenstellingen te vervallen verbindt Cavarero de westerse filosofische traditie met manne- lijke standpunten en ziet ze de vrouwen eerder als opvolgsters van Sheherazade, als gebo- ren storytellers, die aandacht besteden

Recently converted files (publicly available):