• Document: Fiscale aspecten van beleggingen 1n onroerende goederen
  • Size: 1.37 MB
  • Uploaded: 2019-05-17 19:05:09
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

199 Fiscale aspecten van beleggingen 1n onroerende goederen Willy KIEKENS INHOUD DEEL I : De fiscale aspecten van directe beleggingen in onroerende goederen. Hoofdstuk I: De fiscale behandelingen van periodieke inkomsten uit onroerende goederen 1. De grondslag 2. De onroerende voorheffing Hoofdstuk II: De fiscale behandeling van niet-periodieke inkomsten uit onroerende goederen. 1. Criteria ter bepaling van meerwaarden belastbaar als bedrijfswinst zoals bedoeld in art. 20, 3° W.I.B. 2. Criteria ter bepaling van meerwaarden belastbaar als divers inkomen zoals bedoeld in art. 67, 1° W.I.B. 3. Criteria ter bepaling van meerwaarden belastbaar als diverse inkomens zoals bedoeld in art. 67, 7° W.I.B. 4. Criteria ter bepaling van niet-belastbare meerwaarden. DEEL II : De fiscale aspecten van indirecte beleggingen in onroerende goederen. Hoofdstuk I : Omschrijving, doel en soorten van indirecte beleggingen in onroerende goederen. 1. Omschrijving van indirecte beleggingen 2. Doel van indirecte beleggingen 3. Soorten van indirecte beleggingen Hoofdstuk II : Beleggen in onroerende goederen via een zogenaamde immobilien- maatschappij Hoofdstuk III : Het certificeren van onroerende goederen 1. Onroerende leasingcertificaten en onroerende certificaten 2. Immorente- en vastgoedcertificaten 3. Vergelijking. DEEL III: Samenvatting en besluit. 200 INLEIDING Beleggen in onroerende goederen kan op verschillende manieren gebeu- ren : direct of indirect, individueel of collectief. . Een directe, individuele belegging in vastgoed ontstaat wanneer een na- tuurlijke of rechtspersoon een onroerend goed verwerft. Een directe collectieve belegging in vastgoed ontstaat wanneer verschil- lende natuurlijke of rechtspersonen een onroerend goed in onverdeeld- heid verwerven. Een indirecte, in praktijk meestal collectieve belegging in vastgoed ont- staat wanneer de belegger zich tevreden stelt met de zogenaamde <<eco- nomische eigendom» van de betrokken goederen, d.w.z. dat hij econo- misch gerechtigd is tot de opbrengst van de zaak, met inbegrip van de meerwaarde, zonder juridisch gezien eigenaar te zijn van de zaak zelf. Het doel van onderhavig opstel is een overzicht te geven van de fiscale aspecten van beleggingen in onroerende goederen. Hierbij nemen we enkel de inkomsten- belasting onder ogen. Problemen in verband met registratierechten en B.T.W. worden dus niet behandeld. Bovendien zullen wij ons beperken tot beleggingen gedaan door rijksinwoners, in andere onroerende goederen dan activa gebruikt voor de uitoefening van een eigen bedrijfsactiviteit. Deze verhandeling beperkt zich dus niet tot de onroerende inkomsten zoals bedoeld in het W.I.B. Inderdaad zal blijken dat inkomsten uit onroerende goederen in de economische zin fiscaal zuOen behandeld worden, hetzij als inkomsten uit onroerende goederen, hetzij als inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen (in het geval van indirecte beleggingen), hetzij als divers inkomen. In een eerste deel willen wij de directe beleggingen behandelen. Hierbij maken wij een onderscheid tussen periodieke en niet-periodieke inkomsten. In het tweede deel komen de meer recente, dikwijls ingewikkelde constructies van indirecte beleggingen in vastgoed aan de beurt. Beleggingen via immobilien- vennootschappen, verschillende formules van certificaten van vastgoed, fenimo- obligaties zijn zovele vormen van indirecte beleggingen in vastgoed met een verschillende fiscale behandeling. In een derde deel tenslotte zullen wij, bij wijze van samenvatting, de fiscale voor- en nadelen van directe zowel als van indirecte beleggingen in vastgoed tegen elkaar afwegen. DEEL I: DE FISCALE ASPECTEN VAN DIRECTE BELEGGIN- GEN IN VASTGOED. Bij de behandeling van de fiscale aspecten van directe onroerende beleggingen willen wij een onderscheid maken tussen enerzijds de periodieke inkomsten die in het W.I.B. als inkomsten uit onroerende goederen worden behandeld en ander- zijds de gerealiseerde meerwaarden die in het W.I.B. worden behandeld, voor zover zij ten minste niet het resultaat zijn van een winstgevende betrekking, hetzij als divers inkomen, hetzij als vrijgestelde inkomsten daar zij het resultaat zijn van normale verrichtingen van beheer van een privaat vermogen. 201 Hoofdstuk I : De fiscale behandeling van periodieke inkomsten. Daar waar v66r de belastingshervorming van 1962 de periodieke inkom- sten uit onroerende goederen getroffen werden door een afzonderlijke, evenredige belasting, namelijk de grondbelasting, worden deze inkomsten onder het huidige belastingsstelsel niet meer afzonderlijk belast. Thans vormen ze samen met de inkomsten en opberngsten van roerende goe- deren en kapitalen, de bedrijfsinkomsten en de diverse inkomsten, het globaal inkomen van een rijksinwoner. Het is dit gezamelijk inkomen dat de grondslag is voor een enige, progressieve inkomstenbelasting, in casu de personenbelasting. In

Recently converted files (publicly available):