• Document: Leren lezen en praten via de vijf leesfasen van Leespraat
  • Size: 115.47 KB
  • Uploaded: 2019-02-13 20:13:59
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

Leren lezen en praten via de vijf leesfasen van Leespraat De Cambier werkt sinds 2009 met Leespraat. Leespraat is een geïntegreerde weg naar lezen en praten, waarbij communicatie en motivatie centraal staan. De methode is ontwikkeld door Hedianne Bosch voor kinderen met Downsyndroom. Het is een visueel-analytische lees- en communicatiemethode. Die analyse begint al als het kind zo’n 30 woorden kan lezen, met het visueel onderscheiden van letters. Uit de praktijk is gebleken dat deze methode ook voor andere kinderen die gebaat zijn bij het leren in hele kleine stapjes en die visueel sterker ingesteld zijn dan auditief, erg effectief is. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de vijf leesfasen en de verschillende aspecten die daarbij komen kijken. Leespraat in een notendop Leespraat is een methode waarbij de ontwikkeling van praten en lezen hand in hand gaat. De leesdoelen zijn steeds gekoppeld aan de communicatiedoelen. Het visueel aanbieden van woorden, letters en woorddelen staat centraal. Daarnaast is het belangrijk aan te sluiten bij de motivatie, belangstelling en eigen ervaring en kennis van de leerling. Leespraat start vanuit het kind. Het is een ontwerpende methode i.p.v. het kind leerstof op te dringen die niet aansluit en daarom ook niet binnenkomt. Bij Leespraat gaan we ervan uit dat kinderen ook via de sterkere visuele route kunnen leren lezen, in combinatie met de cognitieve route van het uitbreiden van woordenschat en kennis van de wereld. Tegelijkertijd weten we dat de expressieve taal voor de kinderen die baat hebben bij deze methode vaak belemmerd is, en gebruiken we het lezen om het kind te helpen zich te ontwikkelen in het praten en communiceren. Door gericht te oefenen met onder andere uitspraak en zinsbouw, en praktische communicatie. Leerlingen kunnen via Leespraat volledige lezers worden via de visueel-analytische weg die verloopt in vijf stappen: Fase 1: motiveren Fase 2: globaalwoorden aanleren Fase 3: letters aanleren Fase 4: woorddelen herkennen Fase 5: nieuwe woorden lezen Fase 1: motiveren Tijdens de eerste fase wordt het kind geprikkeld om naar geschreven woorden te kijken. Een kind kan zich moeilijk ontwikkelen wanneer het niet gemotiveerd is, dit geldt in alle fases. Iedereen wil graag dingen zelf kunnen doen, zichzelf duidelijk kunnen maken. Het succes van Leespraat hangt af van de betekenis die het lezen voor het kind heeft in zijn of haar dagelijkse activiteiten en communicatie, anders dan bij een reguliere leesmethode. Vanaf het begin is het belangrijk, kinderen opmerkzaam te maken van leeswoorden in alledaagse contexten. Maak taal visueel, door het op te schrijven. Geschreven woorden kunnen de kinderen, behalve dat het ook wat oplevert voor het leren lezen, heel goed helpen bij het beter leren praten. Wanneer je het woord ‘bal’ opschrijft voor een kind wanneer die de bal wil hebben, ben je bezig met deze leerling te motiveren, verwacht nog niet dat deze leerling dit woord dan ook direct kan onthouden. Het ‘went’ slechts aan geschreven taal. Ook in de fasen hierna blijft het motiveren en aansluiten bij de belevingswereld van belang. Het zijn dus niet alleen fasen, maar ook aspecten van het lezen, die in alle fasen doorlopen. In een onderbouwgroepen van het SO schreven wij tijdens de vertelkring op wat de leerlingen vertelden en dit lazen wij later nog eens na. Ook motiveerden we de leerlingen door woorden op het bord aan te wijzen en te benoemen (kind van de week, taakjes, andere activiteiten, etc.). We probeerden zoveel mogelijk in te spelen op de persoonlijke interesses van de kinderen. We plakten in favoriete prentenboeken van de leerlingen enkele grote, duidelijk geschreven woorden en wezen hierop wanneer we ze voorlazen. Ook maakten we liedjesmappen met een plaatje en een woord wat het meest voorkwam in het liedje. Etc. Fase 2: Globaalwoorden aanleren. Wanneer het open staat voor geschreven taal en interesse lijkt te hebben starten we met het aanleren van de eerste woorden. Hiervoor zijn echter nog een paar extra voorwaarden nodig: - het kind moet kunnen luisteren naar en reageren op korte opdrachten - het kind moet een zekere aandachtspanne hebben en ‘werkhouding’ ontwikkeld hebben - het kind moet enige vaardigheid hebben in het matchen en kiezen van plaatjes (in het programma wordt ook gebruik gemaakt van het matchen en kiezen). - het is gemakkelijker als het kind al enkele woordjes kan zeggen of duidelijk kan maken door middel van gebarentaal. Bij Leespraat starten we met het visueel aanleren van globaalwoorden, we leren hele woorden ineens aan. Het kind leert globaal lezen, als een soort plaatje. Er wordt uitgegaan van de belevingswereld van het kind. ‘Echt’ leren lezen is lezen met begrip. Het praten over woordbetekenissen vormt daarom een geïntegreerd onderdeel in de Leespraat-aanpak. Kinderen bouwen via het proces ‘matchen’ (Welk woord is hetzelfde?), kiezen (‘Waar staat…?’) en benoemen (‘Wat staat daar?’) een leeswoordenschat op. Kinderen krijgen va

Recently converted files (publicly available):